Marc in bijzondere tijden

Woensdag 22 april 2020

Het is vaak te lezen, dat we in een ‘bijzondere’ tijd leven. Hier is natuurlijk alles rond om covid-19 mee bedoeld, maatregelen, weer een persconferentie en ga zo door.

Maar wat betekent ‘bijzondere tijden’ voor de mensen om ons heen? 


Mijn eerste interview voer ik met Marc. Marc woont in mijn buurt. Voor de veiligheid van ons aller gezondheid spreken we elkaar per telefoon, beeldbellen. Zo als veel mensen, gebruikt Marc deze functie voor het eerst. Ik heb hem een beetje verast hierdoor, om niet te zeggen overrompeld. 
Wie is Marc? 

We kennen elkaar al omdat we op het zelfde pleintje wonen. Marc is 70 jaar oud en woont alleen. Als ik ga wandelen loop ik langs zijn huis. Als hij buiten is kletsen we even bij. Altijd leuk! Sid leunt graag tegen hem aan en Marc noemt Sid dan met een vleugje van ondeugendheid ’Lelijkerd’. En dan lachen we erom.  
De gesprekken met Marc vind ik altijd interessant. Hij brengt zeker iets onverwachts in. Ik ben dus benieuwd naar dit gesprek. 

Hoe is je leven voor jouw persoonlijk verandert?

“Voor mij maakt het in de praktijk niet zoveel uit. Ik woon alleen, geen vrienden of familie die me voor corona kwamen bezoeken. Ik fiets in mijn eentje.
Wat ik over Nederland en elders op de wereld hoor, maakt me wel angstig. Voor veel mensen is het heel ingrijpend. De gedachte dat het voor veel mensen gevaarlijk is, dat maakt je ongelukkig en angstig.”

Ongelukkig en angstig - Hier zouden we vaker open over moeten praten.

Je denkt dus meer erover na wat het met anderen doet? 

 “Ja. Voor mensen met kinderen lijkt het me veel ingrijpender dan voor mij. Het enige wat ik niet meer doe is de bridgeavond en mijn vrijwilligerswerk.“

Nou, dat lijkt me ook al een verandering voor jou.  

“Ja, maar ik ben toch ook al voor mezelf. Maar families, mensen die samen leven in een huis … Waar moet je je op verheugen? Neem het voorbeeld vakantie. De grootste pret als je met vakantie gaat is toch de vreugde ervóór. Maar je gaat niet met vakantie.”

Er valt een stilte. Ik ben even bij mezelf, mijn leven. Marc heeft gelijk. Volgende week zijn mijn vriend en ik 2 weken vrij maar kunnen nergens naar toe met vakantie. Ik bedoel, financieel zou het kunnen, maar je weet wel… corona, hé.  

Marc was ook even stil. Ik kon zien dat hij ergens over aan het nadenken was. Ander onderwerp? Hij deelt zijn gedachtes met mij:

“Hoe fortuinlijk we toch leven.” Zegt hij en ik voel meteen aan dat hij daarmee niet alleen materieel rijkdom bedoeltHij gaat door,  “... we worden ontzorgd. Kijk, ik heb hartproblemen. En dan wordt je gebeld door iemand van het ziekenhuis met de vraag hoe het gaat. Je bent hartstikke uitverkoren om hier te leven!”

Ja dat zijn we. Veel dingen zijn toch vanzelfsprekend voor ons allemaal, denk ik bij mezelf. 

 “Je zou maar in Burundi of waar dan ook leven… “ Marc noemt veel meer landen op en klinkt er erg begaan bij.  

We leven fortuinlijk - We komen voor elkaar op

“We leven in een maatschappij waar we voor elkaar opkomen, denk eens aan school, ziektekosten en ga zo door. Ik heb geen kinderen of zo en betaal toch ook hieraan mee. Dat is goed zo. Dat doen we met zijn allen. We hebben de zorg wel overgelaten aan de overheid, overgedragen aan de staat. Hier betalen we voor."

Ik twijfel eventjes of hij hier alleen Euro's bedoelt? 

"Vroeger deed de familie dat voor elkaar. De kinderen worden door andere familieleden of buren mee opgevoed of opgevangen en ouderen worden wederom verzorgd door kinderen. Nadeel is in die situatie dat iedereen zich met jou bemoeid.
Als je nú bijv. ziek bent, staat de ambulance op de stoep. Het is onpersoonlijker, afstandelijker. Vroeger was het tante Toos die je hielp als nodig.”

Ik vraag me stilletjes af, of het niet mooi zou zijn om beide mogelijkheden met elkaar te verbinden?
De staat die de zorg faciliteert en meer waardering en inzet van je naasten. En natuurlijk van jou en mij. En ik denk aan mijn oma, voor wie ik toen kon zorgen. En dat ik er dankbaar voor was.
Ik vertel, dat het mij inspireerde toen iemand mij vertelde, dat ze met man en zoontje naast de schoonouders gingen wonen. Want, zo zei ze, ooit hebben ze hulp nodig en dan is het handig om dichtbij te wonen. Fijne gedachte... 


Verbondenheid

Marc, voel jij je ergens verbonden? 

“Ik voel me wel verbonden met de buurt. Er is een verbondenheid in de directe buurt. Ik zou er veel vaker gebruik van kunnen maken. We verschillen erg van elkaar. Maar we voelen ons, omdat we samen wonen, verbonden met elkaar." Hij herhaalt, "zou ik vaker gebruik van kunnen maken. Eigenlijk.”

Er valt weer een korte stilte. En vrij snel volgt: 

“Niet dat we elke keer koffie drinken, maar het kan.” Ik zie een glimlach. Hij sluit af met “Laat me weten als er weer koffie op ons pleintje gedronken wordt.”

Ja zeker, zeg ik, en een rode wijn op jouw balkon had ik graag gewild. Als het weer kan, voeg ik toe.